Van fietsen tot springen

“Ik kon eerder paardrijden dan fietsen,” lacht Housen. “Mijn eerste wedstrijdje reed ik toen ik vier of vijf jaar was, over 30 centimeter. Op mijn negende zat ik al op een paard. Mijn mama begeleidde me, en ik kreeg les in Peer. Mijn eerste springlesgever was Robbert Ehrens. Afstanden rijden vond ik toen verschrikkelijk, want ik wilde enkel springen.”

Zijn leercurve ging snel omhoog. Onder Toon Holters werd hij op zijn twaalfde vice-Europees kampioen bij de pony’s in Arezzo, en later pakte hij goud bij de junioren in Fontainebleau. Toch was het niet altijd eenvoudig om raad aan te nemen. “Mijn moeder was ook professionele amazone, maar ik was te koppig om van haar iets aan te nemen. Als tiener is dat nu eenmaal moeilijk.”

Het besluit om pro te worden

Al op zijn vijftiende besloot Housen dat school hem niet meer lag. “Ik ben toen nog één dag naar school geweest. Daarna heb ik thuisonderwijs gecombineerd met werken als stalruiter. Van dat thuisonderwijs is niet veel in huis gekomen, en daar heb ik achteraf wel wat spijt van.”

Een carrière in de voetsporen van zijn vader, dierenarts van beroep, zag hij niet zitten. “Als kleine jongen wilde ik wel dierenarts worden. Ik liep vaak mee in de vakantie en dat vond ik fascinerend. Maar dat is lang studeren hé,” lacht hij. “Wel heb ik van mijn vader veel geleerd over de gezondheid van paarden. Ik zie meteen als een hoef verkeerd beslagen is. Een goede smid bespaart de helft van de dierenartskosten.”

De les van Jos Lansink: geduld

De grootste levensles leerde Housen bij Jos Lansink. “Geduld! Dat heb ik van hem geleerd, samen met de hengsten Uricas en Duel die ik van hun vier tot acht jaar reed. Vroeger werd ik kwaad als iets niet lukte. Jos en die paarden hebben me geleerd dat kwaad worden zinloos is. Geduld is de sleutel.”

Een mooi voorbeeld daarvan is zijn band met Casillas vd Helle, waarmee hij in 2021 Europees teamgoud won. “Casillas en ik waren aanvankelijk water en vuur. Iedereen zag zijn potentie, maar hij was tegen alles en iedereen. Ik dacht op een moment dat ik het nooit zou klaarspelen. Tot we de klik maakten: ineens ging hij voor mij door het vuur. Dat EK-goud is mijn mooiste herinnering. Over 23 jaar zal ik er nog over spreken.”

Toch was de weg niet zonder obstakels. “Het moeilijkste was erin blijven geloven, zelfs als je de enige bent. Casillas heeft me geleerd dat doorzetten loont. Vanaf het moment dat een ruiter niet meer gelooft in zijn paard, moet hij stoppen.”

Hij herinnert zich ook de moeilijke periode na het overlijden van zijn paard Galoubet Fravanca en eigenaar Leon Spronken in 2018. “Dat waren twee zware verliezen in één week. Het heeft me leren relativeren. Het leven is niet te voorspellen, morgen kan alles anders zijn. Als ruiter kan je niet te ver vooruitkijken.”

Naar de grote sport

Vandaag werkt Housen vooral met jonge paarden. “Ik heb enkele achtjarigen die al CSI2* Grand Prix’s springen en één negenjarige die zijn eerste CSI4* heeft gelopen. Ik zit in de opbouwfase. Mijn traject is misschien wat langer door enkele foute keuzes, maar de grote sport blijft mijn ultieme doel.”

Tot slot is Housen streng voor zichzelf. “Als er een balk valt, zoek ik nooit de fout bij het paard. Dan heb ik niet goed genoeg naar de hindernis gereden. Ik bekijk mijn video’s urenlang om elk detail te analyseren. Je moet je fouten willen zien en accepteren. Geduld en zelfkritiek brengen je verder. En dat is misschien wel de grootste les die ik tot nu toe geleerd heb.”