Vorige week kwam Ben Weyts (N-VA) vooral in het nieuws als minister van Begroting. Hij is sinds 2014 minister in de Vlaamse Regering. In zijn eerste legislatuur was Ben Weyts bevoegd door onder meer Mobiliteit en Openbare Werken. Nadien werd hij minister van Onderwijs en Sport. Momenteel is hij onder meer bevoegd voor Financiën en Erfgoed. Doorheen 3 legislaturen met telkens andere bevoegdheden, zijn er echter 2 constanten: Vlaamse Rand en Dierenwelzijn. Die bevoegdheid heeft hij expliciet geclaimd en dat is geen toeval. Dieren zijn hem dierbaar en liggen hem nauw aan het hart.
LEES OOK: De Paardensport we gaan best van Egosysteem naar Ecosysteem
Ben Weyts: ‘Dierenwelzijn bestond ook vroeger al, het was evenwel een federale bevoegdheid en veel aandacht werd er niet aan geschonken. Toen het in 2014 een Vlaamse bevoegdheid werd, heb ik dat naar mij toegetrokken. De eerste en misschien wel belangrijkste verandering, was Dierenwelzijn loskoppelen van het Departement Landbouw. Laten we zeggen dat dierenwelzijn en landbouw niet altijd compatibel is. Je merkt dat nu nog bij Europese collega’s van Landbouw die ook Dierenwelzijn in hun portefeuille hebben. Veel prioriteit wordt er doorgaans niet aan gegeven.’
Frisse wind en wit blad
De bevoegdheid Dierenwelzijn stelde voor 2014 niet veel voor, wat minister Weyts toeliet om met een frisse blik en vanaf een wit blad te beginnen. Een van zijn eerste maatregelen zorgde meteen voor de nodige controverse: ‘Het onverdoofd slachten heeft een weg van anderhalf jaar diplomatiek overleg gekost om finaal tot een stemming te komen in het Vlaamse Parlement waarbij niemand tegenstemde. Het geeft altijd voldoening wanneer je boven alle partijgrenzen heen tot een consensus kan komen.’
Partijoverschrijdende eensgezindheid
Dieren slagen er in om partijoverschrijdende eensgezindheid te bereiken. De gevoeligheid voor dieren leeft misschien niet even sterk in elke partij, maar hun grote voordeel is wel dat ze geen politieke kleur hebben. ‘Partijgenoten en collega’s van andere partijen weten heel goed dat dieren gevoelig liggen bij mij. En ja, dat wordt wel eens politiek gerecupereerd omdat ze weten hoe belangrijk dat item is voor mij. Dieren zijn mijn zwakke plek. Al heb ik op mijn beurt ook bevoegdheden om in de weegschaal te leggen.’
Schepen en politie
‘Het is goed dat we de Vlaamse samenleving hebben kunnen mobiliseren rond het thema dierenwelzijn. Voor het een aparte Vlaamse bevoegdheid werd, waren er in gemeenten en steden amper schepenen van Dierenwelzijn. Vandaag is dat een standaard bevoegdheid. Die lijn kan je tevens doortrekken naar de politie. Daar was aanvankelijk veel verzet tegen. Ook dat behoort tot het verleden: nu is er in elke politiezone wel een verantwoordelijke die zich toelegt op dieren. Vanuit het departement Dierenwelzijn hebben we een Codex Dierenwelzijn opgesteld en organiseren we regelmatig opleidingen voor de politie. Ook de parketten zijn gevolgd. Ze organiseren zelfs themadagen waarbij alle dossiers rond dierenwelzijn behandeld worden. Het is zelfs een vervolgingsprioriteit geworden, daar waar het voorheen als curiosum bekeken werd. We hebben in alle geledingen van onze samenleving een draagvlak voor dierenwelzijn gecreëerd. We zijn er met de regelgeving, controle en handhaving significant op vooruit gegaan.’
Een andere initiatief van Ben Weyts is de centrale website voor de dierenasielen die gemiddeld 3.000 dieren een tweede thuis aanbieden. De website adopteereendier.be telt tegenwoordig jaarlijks één miljoen unieke bezoekers.
Vlaanderen als trendsetter
Het mag gezegd zijn dat dierenwelzijn ingeburgerd is in Vlaanderen, al zit niet elk Europees land op dezelfde golflengte of kijkt niet elke Europeaan op dezelfde manier naar een dier.
Vlaanderen is trendsetter en speelt binnen Europa een voortrekkersrol op gebied van dierenwelzijn: van honden en katten via pelsdieren tot kippen. Minister Weyts heeft de ambitie om Dierenwelzijn echt op de Europese agenda te krijgen. Er is inmiddels al een Europees Commissaris voor Dierenwelzijn, een eerste stap in de goede richting. ‘Vlaanderen neemt in Europa een voortrekkersrol op. Wij zijn een voorbeeld waar andere landen zich aan spiegelen. Al moeten in sommige regio’s de geesten nog rijpen. Het belet ons niet om met onze initiatieven aandacht te vestigen en te tonen hoe het wel kan. Enkel zo boek je vooruitgang en wij gaan daarover in dialoog met andere landen. Alles is beter dan niks doen.