EIA kent verschillende verschijningsvormen. Bij de acute vorm vertonen dieren intermitterende hoge koorts, spierzwakte, ataxie en rillingen. De chronische vorm uit zich in geleidelijk gewichtsverlies, aanhoudende vermoeidheid en een duidelijke prestatievermindering. Daarnaast bestaan er asymptomatische dragers: paarden die er gezond uitzien, maar het virus toch in lage concentraties in hun bloed meedragen.

Overdracht via bloed Het virus wordt hoofdzakelijk overgedragen via bloedcontact, waarbij bloedzuigende insecten zoals dazen een grote rol spelen. Een besmet paard blijft levenslang dragend. Naast insecten vormen niet-gesteriliseerde naalden, veterinair materiaal en bloedtransfusies een risico. Ook overdracht van merrie op veulen is mogelijk.

Voorzorgsmaatregelen en regelgeving Om verspreiding te voorkomen, is strikte naleving van de import- en registratieregels noodzakelijk:

  • Import restricties: Voer geen paardachtigen in uit andere lidstaten zonder een geldig gezondheidscertificaat. Aangezien elk certificaat in het TRACES-systeem wordt verwerkt, zijn geïmporteerde dieren bij een eventuele uitbraak van een meldingsplichtige ziekte direct traceerbaar.

  • Administratie: Zorg dat het stalregister en alle verblijfslocaties actueel zijn bijgewerkt in HorseID.

Bevoegde instanties Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) is de bevoegde autoriteit voor de handhaving en het opleggen van maatregelen. Bij vragen of verdenkingen kunnen paardenhouders contact opnemen met de Lokale Controle Eenheid (LCE) van het FAVV of terecht bij PaardenPunt Vlaanderen.

Geen behandeling of vaccin beschikbaar Voor EIA bestaat geen vaccin en er is geen medische behandeling toegestaan. Omdat besmette paarden een permanent infectierisico vormen voor de gehele populatie, geldt in Europa een strikt beleid: positief geteste dieren moeten zo snel mogelijk worden geëuthanaseerd of geslacht.