Na jaren van lobbywerk door het European Horse Network (EHN) is het hoge woord eruit: Eurostat gaat paarden vanaf 2030 weer opnemen in de Europese landbouwstatistieken. Dit is een enorme overwinning voor de sector, die hiermee eindelijk de politieke en economische erkenning krijgt die zij verdient. Of de sector ook een agrarisch statuut krijgt? Zover zijn we echter nog niet ...
Sinds 2018 tastte Europa op papier in het duister wat betreft de hippische sector. Door een wijziging in de regelgeving vielen paarden buiten de officiële landbouwtellingen. Het gevolg? Een gebrek aan harde data, wat lobbyen voor paardvriendelijk beleid en subsidies (zoals het GLB) bemoeilijkte.
Waarom dit essentieel is voor de paardensport
Cijfers zijn macht. Zonder officiële statistieken blijft de enorme impact van onze sector onzichtbaar voor beleidsmakers in Brussel. De herintroductie in de statistieken zorgt voor: Harde bewijzen van de economische bijdrage van de sport en fokkerij. Maar ook een betere monitoring van ziektes en transporten (One Health-principe). Verder geeft het erkenning van paardenhouders als volwaardige agrarische ondernemers, hoewel dit laatste nog geen zekerheid is.
De sector in cijfers (Focus op impact)
De hippische sector is veel meer dan een hobby; het is een economische grootmacht binnen Europa. De huidige schattingen onderbouwen de noodzaak voor deze registratie:
| Indicator | Impact in de EU |
| Economische waarde | > €100 miljard per jaar |
| Werkgelegenheid | ± 400.000 voltijdsbanen |
| Landgebruik | > 6 miljoen hectare grasland |
De strijd om de definitie
Een belangrijk actiepunt voor de nabije toekomst is de definitie van een 'landbouwbedrijf'. Momenteel vallen veel sport- en recreatiestallen hier nog buiten. Het EHN pleit voor een bredere definitie die recht doet aan de diversiteit van onze sector: van fokkerij en topsport tot maneges en pensioenstallen. "Het opnemen van paarden in de statistieken is een cruciale stap voor een toekomstbestendig Europees beleid." — European Horse Network