Een letselschade zaak bij de rechtbank in Engeland werd afgewezen nadat een beginnende ruiter van een paard viel waarover een staleigenaar een negatief aankoopadvies gaf

February 7, 2018

Een zaak waarin tegen een staleigenaar een aanzienlijke claim voor letselschade was ingesteld nadat zij £30 had geaccepteerd van een beginnende ruiter om haar te helpen bij het vinden van een paard is afgewezen. De ruiter/eigenaar startte een juridische procedure voor de letselschade die zij had opgelopen nadat zij twee maanden na aankoop van de merrie was gevallen. De ruiter had de merrie gekocht ondanks het afraden van de staleigenaar.

De staleigenaar werd gevraagd om de eiser te vergezellen bij de bezichtiging van de paarden en kreeg hiervoor een vergoeding van £30 voor haar tijd. In totaal was zij drie keer met de ruiter meegeweest.

Beide partijen hebben de merrie bezichtigd welke door de verkoper werd omschreven als “veilig” en “mak” en “ideaal voor een beginner”. Het paard werd bezichtigd in de buitenbak en op de weg.

Op het moment dat de eiseres besloot om de merrie te kopen en haar veterinair te laten keuren, werd er een zwelling ontdekt rond de maag. Zowel de dierenarts als de staleigenaar raadden de eiseres af om het paard te kopen vanwege deze aandoening. Ondanks voorgaand advies heeft de eiseres de koop doorgezet aangezien de verkoper aangaf dat het £200 dure paard anders naar de slager zou worden gebracht.

De merrie kwam in een pensionstal te staan en na een aantal lessen werden bij het paard verder geen gedragsproblemen geconstateerd.

Tijdens de twee dagen durende zitting werd door de staleigenaar en haar getuigen beschreven dat de eiseres hun advies niet had opgevolgd over hoe zij het beste voor het paard kon zorgen en dat zij het paard van genoeg beweging moest voorzien. Vaak werd het paard dagen achter elkaar niet gereden.

Eind 2013 deed zich weer een periode voor waarbij de merrie niet werd gereden. Wanneer de ruiter twee weken later samen met een vriend deelnam aan de les viel zij van het paard.

Tijdens de zitting stelde de eiseres dat de merrie begon te draven en te galopperen ondanks dat de eiser hulpen gaf om het paard te stoppen. Op een bepaald moment rende de merrie richting het hek waardoor de eiser van het paard viel en zij ernstig lichamelijke verwondingen opliep.

Hoewel de staleigenaar de £30 had geaccepteerd, volgde de Rechtbank de stelling van de staleigenaar dat zij de eiseres had verteld dat zij niet structureel paarden kocht en verkocht en zij hier niet van leefde, zij was verder ook geen rijinstructrice en geen ervaringsdeskundige in het selecteren van paarden voor hun eigenaren. Gezien de omstandigheden stelde de rechter dat de staleigenaar er niet op uit was op het creëren van juridische verhoudingen.

In aanvulling op het voorgaande stelde de rechter dat aangezien de merrie wel normaal gedrag vertoonde vanaf de aankoop tot aan het moment van het ongeluk, zij ondanks het gebrek aan beweging toch geschikt was voor de eiseres op het moment van het sluiten van de koopovereenkomst. Verder volgde de rechtbank dat de staleigenaar juist had gehandeld door de eiseres te adviseren om de merrie op het terrein van de verkoper uit te proberen en om het paard veterinair te laten keuren.

Verder werd nog opgemerkt dat er een nieuw hoofdstel was gekocht voor de merrie tussen de laatste rit en de dag van het ongeluk en dat de eiseres het bit twee standen te laag had hangen in de mond van het paard. De rechtbank zag in dat dit kon bijdragen aan het feit dat de eiseres de controle over het paard verloor.